17/12/2016

5.3.3.4 Waterloo / Le Lion de Waterloo, symbole des libertés retrouvées et de la fin de la dictature napoléonienne

05334bimg913LogieJacquesWaterlooLaCampagnede1815édRacine2003.jpg

(in: Jacques Logie, Waterloo, La Campagne de 1815, éd. Racine, 2003)

 

05334b2016Waterloomuséye61.JPG

05334b2016Waterloomuséye76.JPG

05334b2016Waterloomuséye70.JPG

05334b2016Waterloomuséye73.JPG

Louis Sloot, Onze slag bij Waterloo, uitg. Vantilt, 2015

 

(p.108) 4,45 meter, die op de top van de heuvel staat, werd vervaardigd van het brons van buitgemaakte Franse kanonnen. De leeuw is echter van ijzer.

Het idee voor een Nederlands monument leefde eind juni, begin juli 1815 al. Het officiële plan daarvoor werd ingediend door de commissaris-generaal van Binnenlandse Zaken, Charles Joseph hertog d’Ursel (1777-1860). Talloze Belgische en buitenlandse, maar vooral Belgische, ideeën voor de vorm die het monument moest krijgen deden de ronde: een ossuarium of knekelhuis, een kolom, een obelisk met een crypte, een religieus bouwwerk, een groot stenen monument, een gelijkzijdige driehoek, een sarcofaag, een bakstenen piramide, twee ruiterstandbeelden, een triomfboog, vier fonteinen, een militaire school, een militair invalidenhuis, een heiligdom met glas in lood waar op 18 juni in de middag altijd de zon doorheen schijnt. De Belgische architect van het Koninklijk Paleis in Brussel, Charles Vander Straeten (1771-1834), en Jean-Bap­tiste Vifguain (1789-1854), ingenieur te Doornik, kwamen met het idee een gigantische aarden heuvel in de vorm van een kegel ofwel een piramide op te richten, die zou worden bekroond door een leeuw. Op 11 december 1815 gaf de koning toestemming aan de commissaris-generaal van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen om tezamen met de minister van Waterstaat en Publieke Werken advies aan hem uit te brengen over ‘het ontwerpen van een model voor eene eenvoudige gedenkzuil in de vlakten van Waterloo op te rigten’. Het duurde tot 21 juli 1817 totdat de genoemde departementen rapport uitbrachten aan de koning. D’Ursel was het brein achter het idee een militair invalidenhuis op te richten en maakte gebruik van zijn positie om dit plan in te dienen. Het laatste woord was echter aan de koning, en uiteindelijk was het de echtgenote van Willem I1 die het monument uitkoos. Koningin Wilhelmina Louisa Frederica van Hohenzollern, prinses van Pruisen (1774-1837), was vastbesloten haar man en de overheid te laten kiezen voor de piramide naar ontwerp van Vifguain. Het is niet zo verwonderlijk dat haar keuze daarop viel want in die tijd was er enorm veel belangstelling voor de kunst, geschiedenis en cultuur van Egypte, de egyptomanie. Een saillant detail is dat de basis hiervoor werd gelegd tijdens de Egyptische expeditie van Napoléon in de jaren 1798-1801. Op 28 juli 1817 volgde de machtiging van de koning om een uitgewerkt plan met een bestek in te dienen voor het piramidevormige gedenkteken dat zou worden bekroond door een Nedcrlandse leeuw. Op 21 januari 1819 keurde Willem I de locatie van het gedenkteken goed, waarbij de keuze was gevallen op de plaats waar op 18 juni de prins van Oranje gewond raakte.

Het duurde nog ruim zeven jaar totdat het monument af was. Alleen al het gieten van de ijzeren leeuw nam zeven maanden in beslag. De beeldhouwer hiervan, Jean-Louis van Geel (1787-1852), reisde speciaal af naar Engeland om daar in de dierentuin leeuwen te bezichtigen. Het beeld werd in negen delen gegoten in een gieterij van de Britse industrieel John Cockerill (1790-1840) te Seraing, ten noorden van Luik. Toen aile stukken gereed waren werden deze vervoerd op een boot die werd gesleept door een stoomboot. De reis ging vanuit Seraing naar Dordrecht, vanwaar de leeuw via de Schelde werd geretourneerd naar de Zuidelijke Nederlanden. Vanaf het Kanaal van Willebroek ging het verder naar de Brusselse kaaien. Daar werden de delen met behulp van de grote kraan van de Brusselse markt Saint-Cathérine op een grote keepwagen geplaatst. Er waren twintig paarden voor nodig om deze wagen met de leeuw te kunnen trekken. Gelukkig was de route naar de plaats van de heuvel in Braine-l’Alleud grotendeels geplaveid. Op de plaats van bestemming werd de leeuwgemonteerd en naar boven gehesen door middel van krachtige katrollen en takels. De leeuw staat naar Frankrijk gekeerd en heeft (p.109) zijn poot op een wereldbol op de plaats waar Frankrijk ligt. De eerste afbeelding die van de Leeuwenheuvel werd gemaakt is die van de plaatsing van de leeuw, waarna nog velevolgden.

De Leeuwenheuvel heeft veel van zijn bekendhcid te danken aan het feit dat hij onmiddellijk opvalt, in tegen stelling tot veel andere gedenktekens. Daarnaast is het monument vooral zeer indrukwekkend. Op 28 oktober 1825 berichtte The Times op basis van een verslag van een reiziger die kort daarvoor een bezoek bracht aan Waterloo: ‘Het monument, zoals het wordt genoemd, heeft een zeer imponerend effect, zelfs nu het nog niet af is. Het is een berg of heuvel van aarde, van een conische vorm, die lijkt op het exemplaar op de Bath Road, bij Kennett, maar van grotere afmetingen en opvallender. Het is van immense afmetingen’.

Het Nederlandse monument geniet daarnaast veel bekendheid omdat het ook een attractie is. De heuvel kan namelijk beklommen worden, en na 226 treden wacht een spectaculair uitzicht over het slagveldterrein. Een beklimming van de Leeuwenheuvel mag tijdens een bezoek aan Waterloo dan ook niet ontbreken, al was het alleen maar omdat dit een traditie is geworden. Zo schreef dr. Sijo Kornelius Thoden van Velzen (1809-1900) zestien jaar nadat hij op Waterloodag 18 juni 1850 het historische slagveld had bezocht: ‘mijn oogen hebben gezien, dien hoog verheven Nederlandschen Leeuw, van welks balustrade men een overzigt over het geheel slagveld geniet, al die gedenkteekencn op de merkwaardigste plaatsen opgerigt, dat aantal belangstellende bezoekers uit verschillende natiën en daaronder betrekkingen van de verwonde en gesneuvelde krijgslieden’.

22:23 Écrit par justitia & veritas | Lien permanent | Commentaires (0) |  Facebook |

Les commentaires sont fermés.